Ik begreep vrijheid pas toen ik merkte hoe vaak angst, verwachtingen en gewoontes mijn keuzes bepaalden.

Dat zag er van buiten niet spectaculair uit. Het kon doorgaan voor verantwoordelijkheid, loyaliteit of een goed functionerend leven. Ondertussen werd het aantal keuzes dat ik mezelf toestond steeds kleiner.

Vormen die eerst redden

Een manier van werken, een rol, een relatiepatroon of een overtuiging kan lange tijd behulpzaam zijn. Zo'n patroon geeft houvast en maakt het leven overzichtelijk. Juist daarom is het lastig om te zien wanneer het begint te knellen.

Ik dacht lang dat een patroon verkeerd moest zijn zodra het niet meer werkte. Inmiddels zie ik dat iets waardevol kan zijn geweest en toch zijn houdbaarheid kan verliezen.

Wat je ooit hielp, kan je later beperken. Dan is het tijd om opnieuw te kiezen.

Vrijheid vraagt eerlijkheid

Vrijheid begint voor mij met precies vaststellen waar ik mezelf geen keuze meer geef. Alles loslaten is zelden een oplossing. Eerst moet ik onder ogen zien wat ik in stand houd en waarom.

Waar zeg ik ja terwijl ik nee bedoel? Waar houd ik iets in stand omdat mijn identiteit eraan hangt? Waar noem ik controle eigenlijk zorg? Waar verwar ik trouw met stilstand?

Ik hoef die vragen niet snel te beantwoorden. Ik moet ze wel serieus genoeg nemen om mijn gedrag te toetsen.

Afspraken blijven nodig

Vrijheid kan niet zonder afspraken en oefening. Een gesprek heeft tijd en aandacht nodig. Samenwerking vraagt om heldere verantwoordelijkheden. Een dansvloer heeft ritme nodig.

Ik probeer daarom geregeld te vragen welke afspraken nog werken, welke moeten veranderen en welke ik kan beëindigen.

Die toets gebruik ik in mijn werk als mentor, in Syntrociety, bij het bouwen van software, in muziek en tijdens het schrijven van mijn boek.

Blijven toetsen

Vrijheid vraagt discipline: luisteren, bijstellen en een nieuwe afspraak niet meteen behandelen alsof hij voor altijd geldt.

Daar begint het werk voor mij: eerlijk kijken naar mijn keuzes en bereid zijn ze te herzien.